We maken iedere dag tientallen keuzes. Vaak staan we daar nauwelijks bij stil. We pakken wat lekker is, wat makkelijk is en wat we gewend zijn. Totdat we ons ineens afvragen: waarom kies ik eigenlijk hiervoor?
Neem iets simpels als een pilsje of een speciaalbier. Voor een paar euro bestellen we zonder veel nadenken een glas bier. In sommige cafés betaal je inmiddels zes euro of meer voor een speciaalbiertje. Daar zetten we zelden vraagtekens bij.
Maar zet daar een liter biologische yoghurt tegenover. Dan klinkt drie euro ineens als: wat duur!
Dat verschil zegt iets over hoe wij waarde ervaren.
We zijn bereid relatief veel te betalen voor een moment van genot, ontspanning en verleiding. Maar zodra het gaat om voeding die ons lichaam daadwerkelijk voedt en ondersteunt, gaan we rekenen.
Waarom vinden we investeren in ons genot vanzelfsprekend, maar investeren we in onze vitaliteit duur?
De consument kiest niet altijd helemaal zelf
We denken graag dat we vrije consumenten zijn. We kiezen immers zelf wat er in ons winkelmandje komt. Maar hoe vrij is die keuze eigenlijk?
De voedingsindustrie weet ontzettend goed hoe ons brein reageert op suiker, vet, zout, geur, textuur en de combinatie daarvan. Producten worden ontwikkeld om aantrekkelijk te zijn, makkelijk te eten en vooral om ervoor te zorgen dat we er nóg een keer naar verlangen.
Dat betekent niet dat ieder voedingsmiddel onderdeel is van een complot. Maar het betekent wel dat er een enorm verschil zit tussen een product dat bedoeld is om ons te voeden en een product dat vooral bedoeld is om ons te verleiden.
En daar zit misschien wel het probleem.
We kopen soms geen voeding meer, maar een ervaring. Een snelle beloning. Een momentje voor onszelf.
En ondertussen denken we dat we goedkoop boodschappen doen.
Goedkoop voedsel kan uiteindelijk duur worden
Een zak chips, koek, frisdrank of een sterk bewerkt tussendoortje kan per portie goedkoop lijken. Het vult je misschien even, maar voorziet het je ook van de voedingsstoffen die je lichaam nodig heeft?
Daartegenover staan producten als groente, fruit, peulvruchten, noten, volkorenproducten en kwalitatieve zuivel. Die kunnen op het prijskaartje duurder lijken.
Maar misschien moeten we onszelf een andere vraag stellen:
Wat kost het als we jarenlang vooral kiezen voor wat goedkoop, makkelijk en lekker is?
Want de rekening komt soms pas veel later.
Een verhoogd cholesterol. Hoge bloeddruk. Overgewicht. Insulineresistentie. Diabetes type 2. Minder energie. Slechter slapen. Minder conditie.
Op dat moment zijn we misschien bereid om alles te doen voor onze gezondheid.
Terwijl we die gezondheid jarenlang iedere dag een beetje hebben ingeruild voor gemak en genot.
Het gevaar van de keuze die je niet direct voelt
Het bijzondere aan vitaliteit is dat je de gevolgen van je keuzes vaak niet meteen merkt.
Je eet vandaag een koekje. Er gebeurt niets.
Je drinkt vanavond een paar biertjes. Morgen functioneer je misschien gewoon.
Je eet jarenlang veel sterk bewerkte voeding. Ook dan voel je niet iedere dag een alarmsignaal.
Ons lichaam werkt niet met een kassabon waarop direct staat: deze keuze kostte je gezondheid.
Dat maakt ongezonde keuzes zo verleidelijk.
De beloning is nu.
De consequentie kan pas over tien of twintig jaar zichtbaar worden.
En ons brein is nu eenmaal gevoelig voor directe beloningen.
Wie bepaalt uiteindelijk onze keuze?
Misschien is de belangrijkste vraag daarom niet: Waarom eet ik ongezond?
Maar:
Waarom is het voor mij zo gemakkelijk geworden om ongezond te kiezen?
De supermarkt staat vol met producten die onze aandacht trekken. Reclames vertellen ons wat gezellig is. Verpakkingen vertellen ons wat lekker is. Aanbiedingen vertellen ons wat voordelig is.
Maar bijna niemand staat bij het schap en zegt:
“Welk product draagt vandaag werkelijk bij aan mijn vitaliteit?”
We vragen eerder:
“Waar heb ik zin in?”
En daar zit een fundamenteel verschil.
Genot vraagt wat ik nu wil. Vitaliteit vraagt wat mijn lichaam nodig heeft.
De echte keuze
Misschien moeten we gezondheid daarom niet zien als iets wat we pas serieus nemen wanneer er een diagnose op tafel ligt.
Vitaliteit begint veel eerder.
Bij de keuze die niemand ziet.
Bij het boodschappenmandje.
Bij dat glas bier.
Bij de vraag of we nog een keer iets pakken omdat we honger hebben, of omdat het product ons simpelweg blijft verleiden.
Bij de bereidheid om iets meer te betalen voor voeding die ons lichaam werkelijk iets geeft.
Want uiteindelijk is de goedkoopste keuze niet altijd de goedkoopste keuze.
En misschien is de duurste keuze wel die waarvan we pas jaren later ontdekken wat hij ons werkelijk heeft gekost.
Dus welke keuze maken we vandaag?
Kiezen we voor wat ons even vult?
Voor wat ons direct beloont?
Of kiezen we voor wat ons lichaam morgen, over vijf jaar en over twintig jaar nog steeds dankbaar is?
Misschien begint echte welvaart namelijk niet bij hoeveel we kunnen kopen,
MAAR BIJ HOEVEEL VITALITEIT WE ONSZELF VEROORLOVEN!